Posts

Showing posts with the label ziekenhuisfinanciering

De Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle (DGEC) van het RIZIV - correcte aanrekening en ‘appropriate care’

Inleiding  De Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle (DGEC) van het (Belgische) RIZIV bewaakt of (federale) middelen van de verplichte ziekteverzekering doelmatig worden ingezet. Dat doet de DGEC via twee benaderingen: (1) correcte aanrekening binnen het wettelijk en reglementair kader (GVU-wet, nomenclatuur, enz.) en (2) ‘appropriate care’: noodzakelijke, doelmatige en wetenschappelijk onderbouwde zorg, onder meer met behulp van EBM en door de Nationale Raad voor Kwaliteitspromotie (NRKP) goedgekeurde indicatoren. Hieronder doe ik (uit persoonlijke interesse) een bescheiden poging tot een (min of meer) samenhangend overzicht van de werking en mogelijke impact van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle (DGEC). Uiteraard geeft ik hier slechts een sterk vereenvoudigde weergave van een complexe situatie in de (Belgische) gezondheidszorg. De  Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle  (DGEC)  heeft ook voor alle duidelijkheid een andere op...

Organisatie van acute, niet-planbare zorg en electieve geplande zorg in een Belgisch ziekenhuis - invloed op het zorgproces en het Budget Financiële Middelen (BFM)

Inleiding Hieronder doe ik een bescheiden poging om de impact te bespreken van acute, niet-planbare zorg (vb. cardiologie/oncologie in een acute setting) en electieve, planbare zorg (vb. schouder-, knie-, heupingrepen) op de zorgprocessen én op het Budget Financiële Middelen (BFM) van een Belgisch algemeen ziekenhuis. Acute, niet-planbare zorg: proces- én BFM-impact Acute zorg (spoed, AMI, CVA, traumatologie, urgente oncologische trajecten, INZO, ...) vereist 24/7-beschikbaarheid, korte doorlooptijden, “stand-by” capaciteitsbuffers en sterke interdisciplinaire coördinatie en organisatie. Operationeel vertaalt dit zich in continu bemande teams (spoed, cathlab call-rondes, interventionele radiologie, INZO, ...), observatie-/short-stay-bedden en snelle (klinische) diagnostiek. Financieel rust een groot deel van de vaste kostenlast op het BFM (A- en B-onderdelen): investeringen/kapitaal (A), algemene werkingsmiddelen (B1), en dienst-/case-mix-afhankelijke verdelingen (B2). het KCE schetst ...

Waarom correct klinisch taalgebruik ertoe doet - voor de klinische praktijk, de medische codering en medicolegaal

Inleiding Heldere, eenduidige en gestandaardiseerde taal is geen luxe in de zorg; het is een randvoorwaarde voor veilige zorg, betrouwbare gegevens en juridische zekerheid. “Klinisch taalgebruik” omvat zowel gewone woorden als gestandaardiseerde termen en codes (bv. SNOMED CT, ICD-10-BE en WHO ICD-1x), plus expliciete kwalificaties van waarschijnlijkheid, ernst en causaliteit. Hieronder staat waarom dat in drie domeinen cruciaal is. 1) Klinische praktijk: veiligheid, continuïteit en teamwerk Zorg is teamwork over diensten, disciplines en shiften heen. Onduidelijke formuleringen (“?infectie”, “r/o AMI”) of verschillende termen (afkortingen) voor dezelfde aandoening vergroten de kans op misverstanden bij overdrachten. Communicatiestoringen behoren aantoonbaar tot de meest frequente oorzaken van ernstige incidenten; reviews laten zien dat een groot deel van sentinel events wortelt in communicatieproblemen, vooral bij handovers. Dat onderstreept hoe sterk precies taalgebruik bijdraagt aan ...

Waarom “human in the loop” onmisbaar is bij de conversie van vrije-tekst antecedenten naar SNOMED CT in een EPD-migratie (Belgische context)

 Inleiding Het omzetten van jaren aan medische en chirurgische antecedenten in vrije tekst uit een EPD naar gestructureerde data (zoals SNOMED CT) is geen louter technisch klusje. Het raakt de continuïteit en veiligheid van de zorgverlening, de medisch-inhoudelijke betrouwbaarheid van het dossier, én het medicolegale en aansprakelijkheidskader waarin Belgische zorginstellingen opereren. Juist daarom zijn menselijke validatie en voldoende tijd/budget (human-in-the-loop, HITL) essentieel. Hieronder probeer ik een en ander op een rij te zetten. Uiteraard is dit slechts een klein onderdeel van een complex onderwerp. 1) Klinisch en inhoudelijk: waarom artsen en terminologen mee aan het roer moeten tijdens de conversie Context en nuance gaan vaak verloren zonder menselijk oordeel. Vrije tekst bevat temporele context (“vroeger”, “gepland”), subject-context (familie versus patiënt), en ontkenningen (“géén penicilline-allergie”). SNOMED CT heeft hiervoor expliciete modelleerelementen (o.a. ...

Ziekenhuisfusies en de hervorming van het Belgische ziekenhuislandschap - twee keerzijden van een medaille

Inleiding De aanhoudende stroom ziekenhuisfusies en de federale hervorming van de ziekenhuisorganisatie en -financiering zijn twee bewegingen die elkaar spiegelen: ze vertrekken vanuit dezelfde noodzaak om een versnipperd, steeds minder leefbaar en arbeidsintensief systeem aan te passen aan de maatschappelijke en demografische evoluties. Hier wil ik een bescheiden poging doen om te zien hoe de kernelementen uit de Belgische ziekenhuisfusies zich verhouden tot het federale hervormingsproces, en hoe beide processen elkaar kunnen versterken in de praktijk. Uiteraard behandel ik hier slechts een klein aspect van een complex probleem. Drijfveren voor ziekenhuisfusies op ziekenhuisniveau Enkele drijfveren voor ziekenhuisfusies zijn een krimpende acute bedbezetting, een toenemende verschuiving naar meer ambulante zorg (intensivering dagopnames), consolidatie om kwaliteit en medische investeringen te borgen, en transmurale interdisciplinaire zorgmodellen voor chronische patiënten. Het Be...

Wat telt als “potentieel vermijdbaar” en “never events” in een Belgische ziekenhuis context — en wat is de impact op MZG en BFM?

Inleiding Ziekenhuizen sturen op kwaliteit én op financiering (nomenclatuur, BFM). In België gebeurt de registratie van zorgactiviteiten en -uitkomsten via de Minimale Ziekenhuis Gegevens (MZG); een belangrijk deel van de verdeling van het Budget Financiële Middelen (BFM) steunt op die MZG, onder meer via het APR-DRG-casemixmodel (met Severity of Illness (SOI) en Risk of Mortality (ROM)). Tegen die achtergrond kan je dan de vraag stellen: wat verstaan we (operationeel) onder potentieel vermijdbare complicaties, potentieel vermijdbare heropnames en never events, en hoe werken ze door in MZG en BFM? Hieronder probeer ik een en ander op een rij te zetten. Definities Potentieel vermijdbare complicaties (PVC) In de praktijk bedoelt men hiermee zorgproces-gerelateerde complicaties die niet aanwezig waren bij opname en die theoretisch te voorkomen zijn met veilige processen (bv. kathetersepsis, postoperatieve wondinfecties, trombo-embolie, medicatie-gerelateerde schade). In de MZG worden zulk...

Clavien-Dindo als motor voor kwaliteitsverbetering: van registreren tot sturen in een Belgisch ziekenhuis

 Inleiding De Clavien-Dindo (CD) classificatie ordent postoperatieve complicaties op een gestandaardiseerde, procedure-onafhankelijke manier volgens zwaarte en benodigde interventie. Juist doordat het systeem eenvoudig, reproduceerbaar en breed toepasbaar is, leent het zich uitstekend voor kwaliteitsanalyse én -verbetering. Hieronder probeer ik een raamwerk vorm te geven voor implementatie in een Belgisch ziekenhuis - van datakwaliteit en rapportering tot risicocorrectie, benchmarking en gerichte verbeteracties. Uiteraard is dit slechts een eenvoudige voorstelling van een complex probleem. De Clavien-Dindo-classificatie heeft vijf hoofdcategorieën (I–V), met subklassen bij III en IV: Graad I - Afwijking van het normale postoperatieve verloop zonder nood aan (nieuwe) medicatie of ingreep; toegestaan zijn o.a. anti-emetica, analgetica, antipyretica, elektrolyten, fysiotherapie. Graad II - Complicatie die farmacologische behandeling vereist buiten het bovenstaande (bv. antibiotica, bl...